1985
2010
1985
2010 De Fila Brasiliero:

Classificatie F.C.I. nr.225: Group 2 Pinscher en Schnauzers-Molossers-Zwitserse
Berghonden en andere Rassen.
Section 2.1 Molosser, Mastiff type.
Karakter - Sociale aanleg - Opvoeding - Gezondheid en Gevoeligheid - De
Rasstandard - Fouten
_GESCHIEDENIS_____
Wie de Fila ziet, ziet Brazilië. De Fila is een passie: een instinctieve
primitieve kracht terug te voeren naar zijn voorouders. De trieste,
melancholieke uitdrukking van de Fila verbergt een scala aan verlangens: het
verlangen naar de grote haciënda van weleer, het verlangen naar de jacht op
de jaguar, het verlangen naar de lange trek naast het vee, het verlangen
naar vrijheid en open ruimte. Over het ontstaan van de Fila Brasileiro zijn
diverse theorieën ontwikkeld. Wie het aandurft over de afstamming van de
Fila te schrijven stuit op een aantal zeer uiteenlopende meningen omtrent
het ontstaan van dit ras.
Een aantal van deze meningen is hieronder beschreven. Een uitgebreider beeld
over de Fila kunt u krijgen, door de boeken te lezen die achter in deze
brochure vermeldt staan.
Het woord “Fila”komt waarschijnlijk uit het Portugese “Caes de Fila”waarmee
bedoeld wordt een hond die achtervolgd, pakt en vasthoudt. Zuid-Amerikaanse
honden met namen zoals “Presa”(pakken) en de “Bravo”dog(moedige hond) in
Colombia; de Cubaanse dog in het Caribische gebied; de Cordovaanse dog van
Argentinië (voorouders van de Dogo Argentino) en de Braziliaanse “Fila”,
zijn of waren waarschijnlijk afstammelingen van de nu zo goed als verdwenen
Iberische prooi en bijthonden, die waren geïntroduceerd door de Spaanse en
Portugese veroveraars van Amerika. Onder andere werd naar Zuid Amerika de
Alano meegebracht: een grote atletische hoogbenige hond van het Molosser
type, thans geheel verdwenen. Met de later ingevoerde Engels Mastiff (Canes
sagaces), de Bloedhond en de oude Engelse Buldog (Canes pugnaces), niet te
verwarren met de huidige Engelse Buldog), zou dit tot de hedendaagse Fila
Brasileiro hebben kunnen leiden. Maar men moet zich bedenken dat de Fila
geen ras is dat door de mens is ontwikkeld, het heeft zich door de eeuwen
heen gevormd op een natuurlijke wijze die gelijk liep met de behoefte van de
bewoners in dit grote land. In Europa hecht men de meeste waarden aan de
uitlatingen van Dr. Paulo Santos Cruz, die meent dat Fila zouzijn ontstaan
uit primitieve kruisingen tussen de Mastiff, de Buldog en de Bloedhond. Van
de Mastiff erfde deFila de korte stevige nek, de forse botconstructie, de
licht aflopende kroep, het Molosser type en de grote moed. De Bloedhond gaf
de losse huid mee, de trieste oogopslag, de hangende lippen, de niet
opgetrokken buiklijn, de jachtknobbel en de speurzin. Van het oude type
Buldog erfde de Fila het temperament, de donker gestroomde vacht, hogere
achterbenen en in sommige gevallen het roosoor. In de rashondenencyclopedie
van Walter van Ridle staat vermeld, dat de Hollanders de voorouders van de
Fila in Brazilië geïntroduceerd hebben.
Professor Do Valle gaat er van uit dat de Hollanders bijthonden ofwel
prooihonden (Bullebijters) in Brazilië hebben geïntroduceerd. De Portugese
invloed wordt daarbij gebagatelliseerd. Volgens Do Valle vindt men vindt men
in de geschiedenis van de steden Olinda en Pernambuco al in 1631 de
introductie van de prooi en bijthonden terug. In 1630 veroverde de Hollandse
kolonisten Pernambuco, daarna het gehele noordoosten van Brazilië tot aan de
monding van de Amazone in 1654. Do Valle draagt hier voor nog meer bewijs
aan. In “Historica da Guerra de Pernambuco”schrijft Diego Lopez de
Santiagoin, in 1633: De Hollanders betraden het slagveld, begeleid door
talloze grote honden. In diverse brieven van de raad van XIX, een orgaan van
de Nederlandse regering, gedateerd 7 september 1630 een geschreven in het
Vlaams vanuit Middelburg/Zeeland wordt gesproken over een groep van 300
honden die de Hollandse soldaten zullen helpen bij het gevangen nemen van de
niet gewapende Indianen, negers en Portugezen. Een brief aan de raad van XIX
vermeldt, dat de Hollanders, dankzij hun honden konden overleven. Door het
voortduren van oorlog en door de honger verminderde het aantal honden echter
drastisch. Velen bleven achter op de Braziliaanse haciënda, specifiek de
honden die opvielen door hun moed. Zij werden ingezet om het vee te
verdedigen tegen de aanvallen van de jaguar. Alle thesen en hypothesen ten
spijt, is de Fila een afstammeling van een type hond dat volledig is
verdwenen van het kynologische wereldtoneel.

KARAKTER
Voor zijn eigen mensen is de Fila Brasileiro een zeer aanhankelijke,
zachtaardige en gehoorzame hond. Hij hecht zich erg sterk aan zijn eigenaar
en het gezin, hij heeft er veel moeite mee als hij op latere leeftijd een
andere eigenaar moet accepteren en is daarom moeilijk te herplaatsen. Hij is
zelfverzekerd, moedig en hard voor zichzelf. De Fila is zeer waaks en heeft
een aangeboren verdedigingsdrang. Hij heeft een goed territoriumgevoel en
bewaakt en verdedigd het huis en het erf en een iedereen die hem lief en
vertrouwd is zeer overtuigend. In huis is de Fila doorgaans heel rustig, en
met een goede zachte plek om op te liggen in de buurt van de huiselijke
activiteiten is hij tevreden. Een Fila is het liefst in de buurt van zijn
baas. Het contact met zijn mensen is van groot belang, daarom is de Fila
niet geschikt als kennelhond of bewaker van een terrein waar hij weinig of
geen contact heeft met zijn baas. Fila’s hebben een uitzonderlijk goede neus
en een flink portie jachtinstinct. Het uitgesproken Fila-karakter maakt dat
de hond aan de ene kant bijzonder zacht en tolerant is voor ieder die hem
lief is en aan de andere kant hard en onverschrokken is voor ieder die hem
en zijn mensen bedreigd. De Fila is geen geschikte hond om in de africhting
te gebruiken zoals Herders honden. Het pakwerk zal de Fila over het algemeen
niet zien als een spelletje, maar als een serieuze aanval naar zijn baas of
naar zichzelf. Wel wordt de Fila succesvol als werkhond naast zijn baas/
begeleider gebruikt. In verschillende landen als “politiehond”en voor
allerlei karweien in de jungle leent hij zich perfect.

SOCIALE AANLEG
De Fila is een prima gezinshond, hij is erg aanhankelijk en tolerant. Voor
eigen kinderen zal de Fila dan ook geen enkel probleem vormen. De
speelkameraadjes van uw kinderen zal niet iedere Fila zomaar accepteren, dit
heeft dus extra uw aandacht en begeleiding nodig. De omgang met andere
huisdieren zal weinig problemen geven, die boven er voor de Fila gewoon bij.
Een Fila staat bekend om zijn wantrouwen voor vreemden. Regelmatige
bezoekers worden zolang de eigenaar thuis is gemakkelijk geaccepteerd. Ten
opzichte van anderen honden, die niet tot het eigen roedel behoren, maar wel
van hetzelfde geslacht zijn, is de Fila vaak dominant. Ten slotte, betrek uw
Fila overal hij, dan zal het vanzelfsprekend zijn om het nieuwe te
accepteren. Hij heeft dan immers geen enkele reden om jaloers te zijn.
OPVOEDING
De Fila Brasileiro kun je het beste beschrijvingen als een zelfstandig
denkende hond. Hij heeft een zachte hand nodig en een rustige consequente
aanpak. De Fila is daarom over het algemeen geen hond voor beginners. De
opvoeding dient in alle rust en met veel begrip voor het karakter van de
hond te geschieden, daarom moet de eigenaar een zelfverzekerde, evenwichtig
en rustig persoon zijn, die de hond een stabiele leefomgeving kan geven. Het
belonen en straffen moet zich verhouden tot de leeftijd van de hond. Hard
straffen lijdt vaak tot hard wedergedrag, veel en hard corrigeren met de
slipketting heeft vaak als gevolg dat de Fila zeer sterk wordt in de nek en
steeds moeilijker te corrigeren is. Tevens kan een te harde correctie de
opgroeifase tot ernstige blessures lijden. Beter is misschien, uw hond te
bestraffen met een zware stem en als het nodig is kunt u hen aan zijn nekvel
pakken en door elkaar schudden. Dit is de enige taal die voor de hond
begrijpelijk is, want ook zijn moeder gromde naar hem of pakte hem is zijn
nekvel. Behandel uw Fila met zeer veel liefde maar wel consequent. De Fila
is een uitgesproken voorbeeld van een hond die handelt vanuit de liefde
voor, en het vertrouwen in zijn baas. Wees leider voor uw hond, zonder dat
uw hond zijn waardigheid, trots en eigenheid hoeft te verliezen. Sta niet
toe dat hij als pup dingen doet, die u van een volwassen hond niet
tolereert. Trek veel tijd uit voor de socialisatie, begin hier direct mee
zodra uw pup bij u in huis komt en ga zeker door tot de hond. Volwassen is.
Een puppy leert van de ouderdieren en roedelgenoten. Die taak nemen wij als
baas over op het moment dat de pup bij ons in huis komt. Aangezien de Fila
zeer baas – gericht is een zeer gevoelig van karakter, moeten wij onze
voorbeeldfunctie serieus nemen. Het zachte karakter van de Fila naar voren
brengt, getuigd van een zeer goede opvoeding en doet beslist geen afbreuk
aan de alertheid, waakzaamheid en beschermingsdrang die de Fila van nature
in zich heeft. Wen uw hond aan lawaai, verkeer, drukte en breng hem zo veel
mogelijk in kontact met mensen en andere dieren. U krijgt allicht een
socialere hond. Een Fila zit graag hoog op een stoel of bed, zijn dag en
activiteiten te overdenken. Het liefst naast of op zijn baas. Stel duidelijk
de grenzen, die iedere baas natuurlijk zelf bepaald.
GEZONDHEID EN GEVOELIGHEID
In de loop der jaren is gebleken dat de Fila Brasileiro een aantal
gevoeligheden heeft die niet zozeer rasgebonden zijn, maar zeker het
vermelden waard, en kan deze informatie u veel leed besparen. De Fila is
gevoelig voor een maagtorsie. Dit is een kanteling van de maag, waardoor er
en afsluiting ontstaat tussen slokdarm en maag, en tussen maag en darmen. De
maag vult zich hierdoor met gassen. Zeer snel ingrijpen door een vakkundige
dierenarts is voor de hond van levensbelang. Symptomen die op een maagtorsie
kunnen wijzen zijn: kwijlen, kokhalzen zonder dat er braaksel komt, onrustig
gedrag, strekken/ uitrekken en omkijken naar de buik. Als de buik uitzet is
grote spoed vereist. NOOIT afwachten, beter loos alarm dan uw hond die
sterft. Het is goed om verschillende(± 3) maaltijden over de dag te
verdelen, en niet vlak of na het wandelen en spelen voeren! De Fila is zeer
gevoelig voor narcose. Een normale dosis voor een hond van zijn gewicht, kan
voor een Fila betekenen dat hij niet meer zal bijkomen uit de narcose. Maak
uw dierenarts hier voor de zekerheid attent op.Zoals al eerder genoemd is de
Fila laat volwassen en heeft veel tijd nodig om zowel geestelijk als
lichamelijk te groeien. Omdat de Fila van zichzelf een grote zware hond is,
is het van belang om in de opgroeifase het rustig aan te doen met uw pup.
Dit in verband met de ontwikkeling van de knie/ kruisbanden en de
ontwikkeling van de heupen/ gewrichten in voor en achterpotten. Door de
snelle groei van deze zeer zware honden zijn het vaak de kruisbanden die het
moeten ontgelden door overgewicht, lange wandelingen en heftige
stoeipartijen. De kruisbanden worden dan overbelast, het kan dus voorkomen
dat er tijdens een stoeipartij een kruisband inscheurt. Of de hond verstapt
zich lelijk en scheurt de kruisbanden af tot op het bot. Beiden kunnen goed
verholpen worden door (indien de kruisband licht is ingescheurd) de hond een
lange tijd veel rust te bieden, of bij ernstige acute klachten direct de
hond te laten opereren. Na goed herstel kan de hond (bijna) alles weer.
Begin niet te vroeg met serieuze fietstochten en beperk het traplopen. Houd
in uw achterhoofd, dat een geoefende sterke Fila zijn snelle grote lichaam
beter kan dragen dan een te dikke ongeoefende hond.
DE RASSTANDARD:
Algemene kenmerken:
Krachtige botten, rechthoekige bouw, compact, maar harmonisch en evenredig
in de verhoudingen. Bij dit massale uiterlijk is echter duidelijk een grote
bewegelijkheid en snelheid waar te nemen. Teven dienen en duidelijk
zichtbare vrouwelijkheid uit te stralen, waardoor het verschil met de reu
goed zichtbaar is.
Karakter en temperament:
Moed, doorzettingsvermogen en uitgesproken dapperheid maken een deel uit van
de eigenschappen van de Fila Brasileiro. Voor de eigenaar en zijn familie is
de Fila volgzaam en voor de eigen kinderen buitengewoon verdraagzaam. Een
bekende Braziliaans spreekwoord luidt:”Zo trouw als een Fila”. Hij zoekt
altijd het gezelschap van zijn baas. Een van zijn kenmerkende eigenschappen
is zijn wantrouwen (origineel “ojeriza”) jegens vreemden. De Fila straalt
kalmte, zelfverzekerdheid en zelfvertrouwen uit. Hij laat zich niet uit zijn
evenwicht brengen door vreemde geluiden of een onbekende omgeving. De Fila
is een onovertroffen bewaker van de eigendommen van zijn baas. Instinctmatig
is hij een toegewijde jager op groot wild en een veedrijver .
Gangwerk:
De Fila heeft een elastische gang met een lang bereik. Zijn vloeiende
schreden doen je denken aan de grote katachtige. Het meest karakteristieken
is de telgang, een twee-maatse zijdelingse gang, waarbij de benen ter ener
zijde als een paar beweging (genaamd”de kamelengang”). Deze beweging is
duidelijk waarneembaar langs de gehele toplijn tot aan de staart. Tijdens de
gang wordt het hoofd lager gedragen dan de rug. De draf is vloeiend en vrij
met een krachtige stap. De galop is krachtig met een snelheid die men van
zo’n grote zware hand niet zou verwachten. Door de bewegelijkheid in de
gewrichten, typisch voor de Molosser, wekken de bewegingen van de Fila de
indruk, dat direct en snel van richting kan worden veranderd en dit is ook
juist.
Uitdrukking / expressie:
In rust: kalm en edel en vol zelfvertrouwen. De Fila toont nimmer een
verveelde of afwezige uitdrukking. Indien alert; vastberaden en waakzaam met
een rustige en standvastige oogopslag.
Hoofd:

Het hoofd van de Fila is groot, zwaar, massief, maar altijd in de juiste
verhouding tot de totale lichaamsafmetingen. Van boven af gezien doet het
denken aan een trapezium, waarin het hoofd peervormig is geplaatst. Gezien
de zijkant is de verhouding tussen de schedel en snuit 1:1, waarbij de snuit
een weinig korter is dan de schedel.
Schedel:
Een profiel vormt de schedel een vloeiende gebogen lijn van de stop naar de
occiput (achterhoofdknobbel). Bij pups steekt deze achterhoofdknobbel
duidelijk uit. Van voren gezien is de schedel groot en breed met een iets
gebogen bovenlijn. De zijlijnen lopen bijna verticaal, gebogen nauwer
wordend naar de snuit toe, zonder stop te tonen.
Stop en voorhoofdsgroef:
Deze is gezien vanaf de voorkant praktisch niet aanwezig. De middelste
rimpel is niet diep en loopt vloeiend omhoog. Van opzij gezien is de stop
laag, glooiend en wordt feitelijk alleen gevormd door de goed ontwikkelde
wenkbrauwen.
Snuit:
Krachtig, breed, diep en altijd in volkomen harmonie met de schedel. Van
boven af gezien is de snuit vol, onder de ogen iets nauwer wordend naar het
midden van de snuit en weer iets breder wordend naar de voorkant. Van opzij
gezien is de neus recht en heeft een ietsje gebogen lijn (Romeinse neus),
echter nooit omhoog gebogen. De voorkant van de snuit vormt bijna een
loodrechte lijn met de groef direct onder de neus en vormt een perfecte boog
met de bovenlippen, waardoor vorm gegeven wordt aan de onderlijn van de
snuit die bijna parallel loopt met de bovenlijn. De rand van de lippen is
altijd zichtbaar. De onderlippen zijn aaneengesloten tot aan de hoektanden,
daarna loshangend met getande randen. Aan de wortel is de snuit diep, echter
zonder daarbij de lengte te overtreffen. De randen van de lippen vormen een
omgekeerde “U”.
Neus:
Goed ontwikkelde brede neusgaten, die echter niet de gehele kaakbreedte
beslaan. Kleur: zwart.
Ogen:
Middelgrote tot groot, amandelvormig, ver uit elkaar geplaatst en
middelmatig diep tot diep geplaatst. Toegestane kleuren: van donkerbruin tot
geel, echter altijd in overeenstemming met de kleur van de vacht. Door de
overvloedige losse huid hebben veel Fila’s neerhangende onderste oogleden,
welke niet gezien wordt als fout, want juist hierdoor ontstaat de
melancholieke uitdrukking die typerend is voor het ras.
Oren:
Groot, dik, V-vormig en hangend. Breed aan de aanzet, iets spits toelopend
naar de ronde uiteinden. Aangezet op het achterste deel van de schedel op
een lijn met de ogen (als de hond in rust is). Indien de hond alert is,
bevindt de aanzet zich boven deze lijn. De aanzet staat schuin op de
voorkant, hoger dan de achterkant. Hangend tegen de wangen of naar achteren
gevouwen waarbij de binnenkant van het oor zichtbaar wordt.
Gebit:
De tanden zijn breder dan lang, sterk en wit. De bovensnijtanden zijn
krachtig, stevig gezet en ver uit elkaar geplaatst. Ideaal is een
schaargebit, een tanggebit is toegestaan.
Nek:
De nek is buitengewoon sterk en gespierd waardoor de indruk wordt gewekt dat
de nek kort is. Iets gebogen aan de bovenkant en goed wijdstaand aan de
schedel. Kwabben aan de hals.
Toplijn
Door de afstand tussen de schouderbladen zijn de schoften ver uit elkaar
geplaatst in een aflopende lijn. De schoften bevinden zich op een lagere
lijn dan de kroep. De toplijn vertoont geen neiging tot zadel of karperrug.
Kroep:
Breed en lang. Vormt in een vloeiende lijn een hoek van ongeveer 30 graden
met de horizontale lijn. Iets hoger dan de schoften. Van achteren gezien is
de kroep bijna net zo breed als de borstkas, kan bij de teven zelf breder
zijn.
Lichaam:
Sterk, breed en diep, bedekt met een dikke losse huid. De borstkas is langer
dan de buik. De lengte van het lichaam is hetzelfde als de hoogte plus 10%,
wanneer gemeten vanaf de punt van de schouder tot aan de punt van de
achterhand.
Borst:
Goed gebogen ribben, echter zonder de positie van de schouder te
beïnvloeden. Brede diepe borst die reikt tot aan de ellebogen. Het borstbeen
steekt duidelijk uit.
Lendenen:
Korter en niet zo diep dan de borst met duidelijk zichtbare afscheiding
tussen beide delen. Teven hebben een beter ontwikkelde lendenpartij aan de
onderzijde. Van boven af gezien zijn de lendenen nauwer dan de borst en de
kroep maar mogen geen uitgesproken taille voren.
Onderlijn:
Een lange borst en parallel in verhouding tot de grond over de gehele lengte
een iets opgetrokken lijn verlopend in het onderlijf, echter niet als bij
een whippet.
Voorhand:
De schouder is samengesteld uit het schouderblad en de bovenarm (scapula en
humerus), die beide van gelijke lengte moeten zijn en waarbij het
schouderblad een hoek van 45 graden vormt met de horizontale lijn en de
bovenarm een hoek van 90 graden met het schouderblad. De hoeking
schouderbladbovenarm vormt de punt van de schouder en ligt ietsje achter de
punt van het borstbeen. In een ideale positie ligt de punt van de schouder
halverwege tussen de elleboog en de schoft. Een denkbeeldige loodrechte lijn
vanaf de schoft snijdt de elleboog en eindigt bij de voeten.
Voorbenen:
Krachtige loopbotten, benen parallel en recht tot de middenvoet.
Middenvoetsbotten (metacarpus) kort, duidelijk en sterk gevormde tenen (carpus)
licht gebogen. Lengte van het been moet vanaf de grond tot aan de elleboog
50% zijn van de lengte vanaf de grond tot de schoft.
Voorvoeten:
Krachtig, met goed gebogen tenen, niet te dicht bij elkaar. Voetkussens dik,
breed en diep. De ideale positie van de voeten is naar voren gericht.
Sterke, donkere nagels. Witte nagels zijn toegestaan, maar waar de kleur van
de voet en de tenen wit is.
Achterbenen:
Iets ovaler dan de voorvoet, maar dit geldt in wezen voor de hele
beschrijving. Hubertusklauw (vijfde teen) hoort niet aanwezig te zijn.
Staart:
Zeer breed aan de wortel, spitser toelopend naar de sprong. Als de hond
alert is, wordt de staart hoog gedragen en is de bocht aan het einde
duidelijk zichtbaar. Mag niet gekruld over de rug gedragen worden.
Hoogte:
De schofthoogte is bij:
Reuen: 65cm tot 75cm – 27 inches/29,52 inches
Teven: 60cm tot 70cm – 24 inches/27,56 inches
Gewicht:
Reuen: minimaal 45 kilo – 100 pounds
Teven: minimaal 40 kilo - 90 pounds
Kleur:
Alle egale kleuren zijn toegestaan met uitzondering van diskwalificeerde
kleuren, dat zijn wit en muisgrijs, gevlekt of gespikkeld. Geelbruine honden
met een egale vacht mogen gestroomd zijn met lichtere of veel donkerdere
strepen. Een zwart masker is toegestaan. Bij alle toegestane kleuren zijn
witte vlekken aan de voeten, de borst en de staartpunt toegestaan. Liever
niet op andere delen van het lichaam. Indien de witte vlekken meer dan ¼
deel van de totale lichaamsoppervlakte overschrijden, wordt dit als zeer
ernstige fout gerekend.
Huid:
Een van de belangrijkste kenmerken van het ras is de dikke losse huid die
het hele lichaam bedekt en die vooral aan de nek uitgesproken kwabben vormt
en vaak ook voorkomt aan de borst en de buik. Sommige honden hebben een
plooi aan de zijkant van de kop, alsook langs de hals tot aan de schouder.
Als de hond in ruste is, is de kop rimpelloos. Als de hond alert is vormt de
samengetrokken schedelhuid kleine verticale rimpeltjes.
Vacht: Kort, zijdeachtig, dicht en goed aansluitend op het lichaam.

Fouten algemeen:
Croptorchisme, monorchisme, het gebruik van hulpmiddelen om bepaalde
effecten te krijgen, albinisme, ontbreken van rastypischheid.
Diskwalificerende fouten:1.Agressie tegen de baas/eigenaar 2.Lafheid 3.
Roze neus
4. Bovenbeet 5. Ondervoorbeet, waarbij de tanden zichtbaar zijn bij een
gesloten bek. 6.Ontbreken
van een hoektand (canine) of een molaar m.u.v. P1 7. Blauwe ogen
(glasogen)
8. Gecoupeerde oren en/of staart . 9. Croep lager dan schoft 10.
Alle witte honden ,muisgrijs,gevlekt of gespikkeld (schimmel)
11. Kleiner dan maximum afmeting 12. Niet voldoende
losse huid
13. Ontbreken van het typische gangwerk (kamelengang- telgang)
Zeer ernstige fouten:
1. Kleine hoofd
2 Kleine bovenlippen, zonder kwabben
3. Uitgesproken stop, van voren gezien.
4. Uitpuilende ogen
5. Ontbreken van 2 gebitselementen m.u.v. P!
6. Ontbreken van halskwabben
7. Apathie of Angst
8. Overgevoeligheid voor harde knallen (schoten)
9. Karperrug
10. Horizontale ruglijn met oplopend naar de croup
11. Overmatige plooivorming
12. Koehakkigheid
3. Ontbreking van hoekingen in achterhand - te steil.
14. Te lichte botstructuur
15. Gebrek aan massa (te slank)
16. Groter dan de Maximum afmetingen.
17. Witte vlekken die meer dan een kwart van deTotale lichaamsoppervlakte overschrijden.
18.Gebrek aan pigment langs de oogranden
Ernstige fouten:1. Korte snuit.2. Kleine oren3. Hoog aangezette oren.4.
Te Lichte ogen.5. Rimpels op voorhoofd als hond in rust is.6.
Ondervoorbeet.7. Ontbreken van 2 gebits elementen8. Plooien onder keel die
geen kwabben zijn maar horiziontale plooien9. Zadelrug.10. Nauwe croep.11.
Over de rug gedragen staart12. Borst zonder diepte13. Afwijking in voet of
handwortelbeentje of middenvoet of middenhandwortelbeentje14.teveel gehoekte
achterhand.15. Korte stappen-kleine bereik. Kleine
fouten: Alle andere afwijkingen van de rasstandaard kunnen worden beschouwd
als lichtere fouten Reuen moeten twee duidelijk zichtbare normaal in het
scrotum afgedaalde testikels hebben.
Als het klikt met je hond, en zeker met een Fila, is dit een sterke basis
voor een goed contact tussen baas en hond. Voor meer vragen over
opvoeden en of problemen kunt u altijd contact opnemen met het secretariaat
MNCN
Confederaçao Brasileira de Cinofilia
Rua Newton Prado, 74
Sao Cristovao
CP. 20930 RIO DE JANEIRO - RJ
Tel. 00 55 / 21 3125 77 77
Fax. 00 55 / 21 2580 81 78
http://www.cbkc.com.br
E-mail:
cbkc@uninet.com.br