1985
2010
Herkomst : Spanje.
Gebruik :Waak en gebruikshond.
Classificatie F.C.I. nr.249: Group 2 Pinscher en Schnauzers-Molossers-Zwitserse
Berghonden en andere Rassen.
Section 2.1 Molosser, Mastiff type.
Zonder werkproef.
Korte historische samenvatting : Sinds de oudheid heeft scheepvaart tussen
oost en west in het Mediterranen gebied geleid tot uitwisseling van
culturen en wetenschap tussen de naties.
Deze wederzijdse betrekkingen, hoewel hoofdzakelijk van een commerciële
aard, gaven ook een mogelijkheid voor uitwisseling van huisdieren. Hier toe
behoorden o.a. waakhonden die nodig waren om de havens en kustplaatsen te
beschermen tegen piraten en rovers die van over zee kwamen.
Onder deze meestal grote, sterke honden met grote kop en krachtige tanden
wist een type zich te onderscheiden. Dit was de Mastiff van het Iberisch
schiereiland die in Spanje, gebruikt werd in de verschillende gebieden van
de jacht of als vechthond tegen stieren en andere honden. Dit ras begeleide
Koning Jacob I op zijn veroveringen en arriveerde op de Balearen rond 1230.
In de 17de eeuw kwamen Menorca en andere gebieden in Britse handen na het
verdrag van Utrecht. De Britten brachten hun eigen waak- en vechthonden naar
de Balearen en kruisten die met de inheemse mastiffs van het Iberisch
schiereiland, die ook op de Balearen voorkwamen. In het begin van de 18de
eeuw waren gevechten tussen honden en stieren (Bullebijten) erg populair de
Britten wonende op het eiland zochten een ras dat geschikt zou zijn voor
zulke gevechten. Deze omstandigheden verklaren de naam "Ca de Bou" ofwel
Hond van de Stier. In het Spaanse rasboek van het jaar 1923 wordt het
bestaan van dit ras reeds vastgelegd. De eerste officiële inschrijving was
in het jaar 1928 en 1929, toen dit ras voor het eerst werd tentoongesteld op
een hondenshow in Barcelona.
Fokreglement: Het ras Ca de Bou behoeft zich te houden volgens de richtlijnen van het BRS Systeem.
Algemeen voorkomen :
Een typische molosser met iets gerekte bouw, sterk en krachtig, van
middelbare grote.
Het verschil in de sexe is duidelijk zichtbaar in de kop, waarvan de omtrek
bij reuen duidelijk groter is dan bij teven
Gedrag/Temperament :
Van nature rustig, onder bepaalde omstandigheden moedig en dapper. Hij is
op zijn gemak bij mensen, toegewijd en trouw aan zijn baas.
Als waakhond is hij onovertroffen. In rustige situatie is hij loyaal en
zelfverzekerd. Indien nodig is zijn uitdrukking doordringend
Hoofd : Sterk en massief
Schedel :
Kop : Groot, breed en bijna vierkant. Zijn omtrek ,vooral bij reuen, is
groter dan de borstomvang gemeten bij de schoft. Voorhoofd breed en plat.
Voorhoofdsgroef duidelijk aanwezig.
Gezien vanaf de voorzijde, is de achterkant van de schedel, vanwege de vorm
van de schedel niet zichtbaar. De bovenkant van de schedel en de snuit zijn
bij voorkeur parallel.
Stop : In profiel, duidelijk aanwezig en opvallend; gezien vanaf de
voorzijde , alleen merkbaar doordat de wenkbrauwbogen een duidelijke
voorhoofdsgroef vormen.
Gezichtsgebied : De kaakspieren zijn sterk, opvallend, goed ontwikkeld en
reiken tot het middengebied onder het oog. Alhoewel enige plooien zijwaarts
over de kaakspieren, zijn er totaal geen plooien in de huid van de kop.
Neus : Zwart en breed. Het philtrum tussen de neusgaten is goed
gedefinieerd.
Snuit : Beginnend bij de binnenste ooghoek, breed en kegelvormig, in profiel
doet hij denken aan een stompe kegel met een brede basis. De neusbrug is
recht, iets oplopend. Lengte van de snuit is 1/3 van de lengte van de
schedel.
Lippen : De bovenlip bedekt de onderlip van het midden van de snuit naar de
mondhoek. De bovenlip is enigszins gespannen, terwijl de onderlip geplooid is
in het midden, zodat bij gesloten bek de lippen niet zichtbaar zijn. Het
compleet rode verhemelte heeft duidelijke dwarse ribbels en de randen van
het tandvlees hebben zwart pigment..
Kaken/Tanden : De kaken zijn sterk, snijtanden in een correcte rij en de
kiezen goed gescheiden. Alle tanden aanwezig, tanden wit en sterk. Onderbeet
niet meer dan 1 cm. Wanneer bek gesloten is zijn tanden niet zichtbaar.
Ogen : Groot, ovaal van vorm, de oogleden zijn goed open, duidelijk belijnd
en iets hellend . Kleur moet zo donker mogelijk zijn en overeenstemmen met
vachtkleur. Bindvlies niet zichtbaar. Van voren mag het oogwit niet zichtbaar
zijn. Ogen liggen diep en ver uit elkaar.
Oren : Hoog geplaatst en naar de zijkant, redelijk klein, met binnenoor
opening zichtbaar en naar achter gevouwen ; het is een zogenoemd "rozenoor”.
In rust, is de punt van het oor onder de ooglijn .
Nek : Sterk, dik, in harmonie met het geheel. Bij oorsprong ongeveer de
diameter van de kop; goed aansluitend bij schoft . Huid licht los; dunne
halskwab toegestaan..
Lichaam :
Lende en flank : Kort, relatief smal, met duidelijke boog naar het bekken.
Bekken (croupe) : 1 tot 2cm hoger dan de schoft. Hellend naar horizontaal
bij een hoek van 30 graden en iets smaller dan de borst.
Borst: De ribbenkast is licht cilindrisch, diep en reikt tot aan de
elleboog. doordat de bovenzijde van de schouderbladen ver uiteenstaan is de
borst breed bij de schoft.
Staart : Laag aangezet. Dik bij aanzet, geleidelijk aflopend naar punt.
Hangt natuurlijk in rust; bij actie vormt zij een lichte boog en wordt
geheven tot hoogte van de ruglijn..
Poten :
VOORHAND:
Schouders : Gematigde lengte, licht hellend , bijna niet uitstekend.
Bovenarm : Recht, parallel, goed uiteen.
Elleboog : Staan weg van de borst door de breedte van de borst maar zeker
niet naar buiten gedraaid.
Forearm : Goed gespierd, recht, sterke botstructuur.
Voorpoten: Sterk met dichtbij elkaar staande afgeronde tenen. Voetkussens
gepigmenteerd.
ACHTERHAND : Spieren breder dan in front.
Bovendij : Breed, natuurlijk gehoekt.
Hock : Kort, recht, sterk. Wolfsklauwen niet gewenst.
Achterpoten : Sterk met dichtbij elkaar staande tenen die langer zijn dan
voor maar over het geheel ovaal van vorm . Gepigmenteerde voetkussen hebben
de voorkeur.
Gang en Beweging : De typische gang voor dit ras is de draf.
Huid : Redelijk dik. Goed sluitend over lichaam behalve bij de nek waar een
halskwab is toegestaan.
Vacht
Haar : Kort en stug.
COLOUR : Getijgerd, geelbruin en zwart, voorkeur in deze volgorde. Bij
getijgerde honden hebben donkere tinten de voorkeur, bij geelbruin, heeft de
donkere nuance de voorkeur. Witte vlekken zijn toegestaan op de voorpoten op
de borst en op de snuit tot een maximum van 30% over de hele vacht, een
donker masker is toegestaan.
Maten en Gewicht
Hoogte bij de schoft : reuen 55 tot 58 cm.
teven 52 tot 56 cm.
Gewicht : Bij reuen van 35 tot 38 kg.
Bij teven van 30 tot 34 kg.
Fouten : Elke afwijking van de voorgaande vermelde punten moet als fout
worden aangemerkt, de mate waarin moet in verhouding tot de ernst van de
fout staan.
ZWARE FOUTEN :
Honden die groter zijn bij schoft dan bij croup (bekken).
Onderbeet meer dan 1 cm.
Schaar of tangbeet.
Ontbreken van twee premolaren (wolfskies).
Geen rozenoren, oren die plat liggen, dicht tegen de wang. rechtopstaande
oren, ook als het achterste eenderde deel als een rozenoor is gevormd.
Staart gevormd zoals een Bulldog.
7 Elke andere zware fout afwijkend van de standaard
DISKWALIFICATIE :
Agressief of overdreven schuchter.
Overbeet.
Lichte of gele ogen.
Gecoupeerde oren of gecoupeerde staart.
Witte kleur die meer als 30% van het hele lichaam inneemt anders dan op
voorpoten, borst en snuit.
Kleuren van enige andere kleur.
Maten voor een gemiddelde hond :
Gewicht : 36 kg.
Hoogte bij croup (bekken) : 58 cm.
Schofthoogte : 56 cm.
Borstomvang : 78 cm.
Hoofdomtrek : 59,5 cm.
Lengte van achterkant schedel naar aanzet staart : 73 cm.
Lengte van achterkant schedel naar eind van de snuit 22 cm
Lengte van snuit tot stop : 8 cm.
Elke hond die duidelijk lichamelijke afwijkingen of gedragsstoornissen
vertoont wordt gediskwalificeerd.
N.B. : Reuen moeten twee normale testikels hebben die volledig zijn
afgedaald in het scrotum.
back to top