1985
2010
1985
2010

Classificatie F.C.I. nr.96: -Group 2 Pinscher en Schnauzers-Molossers-Zwitserse
Berghonden en andere Rassen.
Section 2.2 Molosser, Mastiff type.
Beschrijving:
Zoals bij velen bekend, zijn de meeste grote hondenrassen afstammelingen van
de Aziatische molosso. Ook op het Iberisch schiereiland heeft deze hond zich
gemengd met reeds bestaande rassen. Voor de invasie van de Kelten kwamen er
al grote honden voor in Ibéria, deze waakten over de kuddes en verdedigden
het volk tegen roofdieren, die talrijk waren in die tijd. Hierop is de
theorie gebaseerd dat deze machtige mastiff-achtige de voorouder is van de
vier Iberische Mastins die nu bestaan; Mastin van de Pyreneeën, Mastin
Español, Cão da Serra da Estrela en de Rafeiro do Alentejo. Het fenomeen
bekent als tranzumância, is van belang geweest voor de verspreiding van dit
soort hond. Het met het seizoen meetrekken van grote kudden van de
noordelijk bergen naar de zuidelijk vlaktes, over allerlei obstakels
(bergen, rivieren en zelfs grenzen) is een vaststaand feit. Gelukkig werden
deze feiten vastgelegd door schrijvers die dit soort migraties volgden en
vormt dit een zeer belangrijk factor voor het ontstaan van deze soort hond
ten zuiden van de rivier de Tejo (Taag). Biologisch gezien is het een hond
die zich gemakkelijk aanpast aan verschillende omstandigheden. Volgens
archieven (die jammer genoeg zeldzaam zijn) is de fixatie van
karakteristieken en het geven van een naam aan dit ras ontstaan tegen het
einde van de 19e eeuw, toen deze hond zich op de lage landen van Alentejo
vestigde en hierdoor de naam Rafeiro do Alentejo kreeg. EVOLUTIE In het
eerste boek over Portugese rassen, gepubliceerd in 1942 in Portugal, waarin
stond hoeveel en van welk ras er honden geregistreerd waren, kwam slechts 1
Rafeiro do Alentejo voor. Tussen 1943 en 1946 werden 19 geregistreerd,
tussen 1946 en 1955, 33 reuen en 26 teefjes. Tussen 1955 en 1962 waren maar
twee fokkers bezig met het ras, dit had als consequentie dat in de jaren 60
het aantal registraties opnieuw daalde. Er waren gelukkig nog een paar
herders die in deze periode de continuïteit van deze ras hebben gewaarborgd.
Begin jaren 80 hebben een handvol fokkers zich ingespannen om dit ras te
redden door gezamenlijk de oorspronkelijk kenmerken te herstellen en het ras
te homogeniseren. Niet te vergeten dat tussen 1930 en 1980 zeer goede honden
in handen van herders waren, waar zijn oorspronkelijk functie volledig benut
werd, maar deze dieren waren natuurlijk niet geregistreerd. In de laatste 15
jaar is dit ras weer omhoog gebracht naar zijn actuele status.
.jpg)
Verschijning:
Het is een robuust gebouwde sobere hond, met een kalme uitstraling. De reuen
hebben een grotere, bredere kop dan de teefjes. Temperament en manier van
bewegen zijn basisfactoren om rekening mee te houden. De reuen bereiken een
volwassen hoogte van minimaal 66 cm en maximaal 74 cm, de teefjes minimaal
64 cm en maximaal 70 cm. De maximale hoogte mag uitlopen mits de proporties
en het functioneren behouden blijven. Het gewicht bij reuen ligt tussen de
50 en 60 kg en bij teven tussen 40 en 50 kg. (Deze standaard is redelijke
houd, tegenwoordig met beter voeding en levens omstandigheden zien wij dat
dit ras toch iets groter en zwaarder wordt in het algemeen, en dat mag
zolang de functionaliteit en ras kenmerken gewaarborgd blijven en niet
reusachtig wordt). De schedel is breed en min of meer afgerond naar het
midden toe. De grootte van de schedel komt goed overeen met de proporties
van de rest van het lichaam. De ogen zijn donker, met een blik zeer eigen
aan het ras. De oren zijn medium van maat, driehoekig zonder puntig te zijn
en geplaatst in het midden, bij de aanzet gevouwen en hangend. De nek is
kort, sterk en met regelmatig keelhuid (niet te loshangend). Sterke romp,
brede, diepe borstkas. Voor- en achterpoten sterk en goed uitgelijnd.
Staartaanzet is niet hoog en niet laag. De staart is lang en licht gebogen
en reikt tot onder de hak. De vacht is kort tot halflang (géén stokhaar). De
haren zijn dik, golvend of steil. Dit ras komt voor in vele kleuren, gevlekt
en/of licht gestreept. Net als voor de meeste grote rassen geldt, is dit een
hond die zich niet op een klein flatje thuis voelt. Hij heeft een zekere
mate van leefruimte nodig, het is een rustige hond die het grootste deel van
de 24 uur languit liggend doorbrengt.
Aard:
Uitstekende waakhond, zelfverzekerd en betrouwbaar, bijzonder oplettend
gedurende de nacht. Nobele hond, vastberaden tegen vreemden en zeer lief
voor kinderen. Een verdedigingshond en geen aanvaller, te herkennen aan zijn
zware, diepe blaf die van grote afstand te horen is. Omdat het om een
sterke, moedige hond gaat, werd en wordt hij vaak gebruikt voor de jacht op
groot wild. Dit ras hecht zich sterk aan het gezin waar hij bij hoort en
staat wantrouwend tegenover vreemden. Zodra hij ziet dat het goed is, wordt
hij rustig (zelfs bijna onderdanig). Deze hond heeft een sterke baas nodig,
die hem consequent en rechtvaardig behandelt. Een inconsequente aanpak kan
negatieve gevolgen hebben voor de karaktervorming van deze hond en omdat het
een grote en zeer sterke hond is, kan dit gevaarlijke situaties veroorzaken.
Het is en blijft een waakhond, dus een zekere mate van territoriaal gedrag
en bescherming van het eigen gezin tegen vreemde mensen en dieren moeten wij
accepteren.
Met dank aan Fernando Julião, officieel vertegenwoordiger van de Portugese
A.C.R.A.
back to top