1985
2010
1985
2010De MAG test bestaat uit 16 onderdelen:
8 waarvan de hond wordt begeleidt door de eigenaar.
8 waarvan de hond alleen wordt achtergelaten .
Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag (MAG-test)
A)Testonderdelen met eigenaar
Inleiding algemeen.
De testleider wijst de geleider de plaats waar hij/zij met de hond moet gaan
staan, geeft uitleg over de procedure van de test zonder daarbij de hond te
provoceren en deelt de geleider mede dat hij/zij ten aller tijden gerechtigd
is de test te stoppen als naar zijn/haar oordeel voortzetting niet in het
belang van de hond is. De testleider controleerd de indentificatie van de
hond middels een chipreader of een aangebrachte tattoage. De testleider
overhandigt de geleider een flexilijn met stevig leren halsband en verzoekt
hem/haar deze om de hond te doen. De testleider wijst de begeleider erop dat
het gebruik van de noodstop van de flexilijn tijdens de tests alleen in
uiterste noodzaak is toegestaan als gevaarlijke situaties voor mens of dier
zouden kunnen ontstaan.
Voorts dient de geleider zich te onthouden van elke vorm van contact die tot
onder het appel brengen van de hond zou kunnen leiden.
De voorwerpen welk bij de testonderdelen met geleider als prikkel worden
gebruikt bevinden zich op een afstand van 1.5 meter van de bij de onderdelen
geplaatste pionnen. De onderlinge afstand tussen de prikkels bedraagt 10 tot
12 meter.
Testonderdeel 1. kennismaking . 1e poging tot aai-contact

De hond en zijn geleider zijn zodanig voor een muur,afrastering of hek
opgesteld dat de hond geen ruimte heeft om achter de geleider weg te
kruipen. Aan de muur , afrastering of hek is een lijn van 1 meter bevestigd,
waaraan de geleider de hond vastlegt. Ook de flexilijn wordt door de
geleider als extra beveiliging in de hand genomen. Een testhelper loopt met
een kunst arm/ hand naar hond en eigenaar toe, begroet de eigenaar, aait de
hond om de passieve vriendelijkheid te testen. Totale testduur 20 seconden.
Testonderdeel 2. voorwerp (witte lap).
De eigenaar loopt met de hond aan een flexilijn naar de pion die op een
afstand van l.5 m voor de prikkel staat. Als hij daar staat, wordt een grote
lap b.v. jasschort van grond omhoog getrokken en valt vervolgens weer op de
grond. De eigenaar blijft staan om de hond de gelegenheid te geven zelf op
onderzoek uit te gaan. Na 10 seconden geeft de testhelper een teken en dan
gaat de eigenaar naar het voorwerp toe en wijst op de lap. Dit mag 10
seconden duren en op teken van de testhelper loopt de eigenaar door naar de
volgende pion. Totale testduur 20 seconden
Testonderdeel 3. voorwerp (vooruit getrokken vreemd voorwerp ( kat)

De eigenaar loopt met de hond aan een flexilijn naar de pion die op een
afstand van l.5 m voor de prikkel staat. Als hij daar staat, wordt de kat
langs getrokken. De eigenaar blijft staan om de hond de gelegenheid te geven
zelf op onderzoek uit te gaan. Na 10 sec. geeft de testhelper een teken en
dan gaat de eigenaar naar het voorwerp toe en wijst op de kat. Dit mag 10
seconden duren en op teken van de testhelper loopt de eigenaar door naar de
volgende pion. Totale testduur 20 seconden
Testonderdeel 4. geluid (alarmsignaal, toeter).
De eigenaar loopt met de hond aan een flexilijn naar de pion die op een
afstand van l.5 m voor de prikkel staat. Als hij daar staat wordt, gaat
gedurende 10 seconden een alarmsignaal. De eigenaar blijft staan om de hond
de gelegenheid te geven zelf op onderzoek uit te gaan. Na 10 seconden geeft
de testhelper een teken en dan gaat de eigenaar naar het voorwerp toe en
wijst erop. Dit mag 10 seconden duren en op teken van de testhelper loopt de
eigenaar door naar de volgende pion. Totale testduur 20 seconden
Testonderdeel 5. geluid ( vallende blikken op metalen ondergrond).

De eigenaar loopt met de hond aan een flexilijn naar de pion die op een
afstand van l.5 m voor de prikkel staat. Als hij daar staat, vallen een
aantal blikken met kiezels gevuld, op een metalen plaat. De eigenaar blijft
staan om de hond de gelegenheid te geven zelf op onderzoek uit te gaan. Na
10 seconden geeft de testhelper een teken en dan gaat de eigenaar naar het
voorwerp en wijst erop. Dit mag 10 seconden duren en op teken van de
testhelper loopt de eigenaar door naar de plaats van het volgende onderdeel.
Totale testduur 20 seconden
Testonderdeel 6. insluiting normale pas (3 personen

Hond en eigenaar staan zo voor een muur/afrastering/hek, dat de hond geen
ruimte heeft om achter de eigenaar weg te kruipen. Aan de muur, afrastering
of hek zit een daarvoor geschikt bevestigingspunt met daaraan een lijn van 2
m, waaraan de eigenaar de hond vastmaakt. De flexilijn heeft de hond ook aan
de halsband. De eigenaar gaat naast de hond staan en neemt de flexilijn in
de hand. De extra bevestiging is een veiligheidsmaatregel. Als achtergrond
mag geen verstek gebruikt worden, maar alle andere mogelijkheden (
afrastering of hek e.d.).
De testhelpers gaan op uitgangspunt op een afstand van ongeveer 6 m van de
hond staan. Met normale pas (dus niet vertraagd of versneld) wordt de
eigenaar en hond door 3 personen ingesloten tot een afstand van ruim 2
meter. De testhelpers zwijgen en
kijken naar de hond die zover wordt genaderd dat hij net niet bij de helpers
kan komen (het einde van de lijn markeren met een kalkstreep op grond is
handig!, anders aangeven met pionnen). De testhelpers blijven 10 seconden
staan, doen daarna een pas achteruit. Dan pas draaien zij zich om en lopen
in hetzelfde tempo terug. De hond wordt niet aangehaald en de testhelpers
blijven zwijgen. Totale testduur 20 seconden
Testonderdeel 7. insluiting versnelde pas (3 personen) .idem
Direct als de testhelpers weer op het uitgangspunt zijn, gaan ze zwijgend en
in een versnelde pas op de eigenaar en hond af. Ze kijken de hond aan. De
testhelpers sluiten de eigenaar en hond in tot zover dat de hond net niet
bij hen kan komen (kalkstreep). De testhelpers blijven 10 seconden staan,
doen daarna een pas achteruit. Dan pas draaien zij zich om en lopen in het
zelfde tempo terug. De hond wordt niet aangehaald. Totale testduur 20
seconden
B) Testonderdelen zonder eigenaar
De hond wordt vastgemaakt aan een geschikte lijn van 2 m op een plek waarbij
hij naar links, rechts maar niet naar achter kan uitwijken. De eigenaar gaat
uit zicht (in kantine, achter verstek aan andere kant van het terrein ). de
eigenaar kan de hond van een afstand zien, zonder dat deze de eigenaar ziet!
Testonderdeel 8. Stimulus hond.
Op een teken van de testleider wordt met een andere aangelijnde hond van het
zelfde geslacht maar niet gelijkend als de te testen hond toegelopen tot een
pion welke op 2 meter van de cirkel is geplaatst Hij blijft 20 seconden
staan en gaat weer weg. De geleider van de stimulus hond houdt zijn hond zo
goed mogelijk onder controle en blijft 20 seconden op het markeringspunt
staan. Vervolgens gaat hij op een teken van de testleider weg. Totale
testduur 20 seconden
Testonderdeel 9. Vriendelijke benadering.
De testhelper loopt op een vriendelijke manier met de uitgestoken kunsthand
recht op de hond af. Hij laat de hond aan de hand snuffelen en probeert de
hond te aaien over de kop, hals of rug. Hierbij mag de testhelper tegen de
hond praten. Na de hond geaaid te hebben keert de testhelper op een teken
van de testleider om en loopt weg. Totale testduur 20 seconden.
Testonderdeel 10. De bel .
De testhelper loopt op een teken van de testleider met een bel naar de hond
tot de 2 meter markering. Dan begint hij luid te bellen, daarbij de hond, zo
nodig, volgend. Vervolgens stapt hij op een teken van de testleider naar
achteren en loopt weg. Totale testduur 20 seconden.
Testonderdeel 11. De paraplu.
De testhelper loopt op een teken van de testleider met een paraplu naar de
hond tot de 2 meter markering. Dan doet hij gedurende 20 seconden de paraplu
open en dicht, daarbij de hond ,zo nodig, steeds volgend. Vervolgen stapt
hij op een teken van de testleider naar achteren en loopt weg. Het gebruik
van een automatisch openklappende paraplu is niet toegestaan. Totale
testduur 20 seconden.
Testonderdeel 12. De pop.
.gif)
Vanaf het startpunt wordt een pop van 70-80 cm. hoog met naar voren
gestrekte armpjes in de richting van de hond getrokken tot deze de pop
gemakkelijk kan bereiken. Daarbij dient de lijn , waarmede de pop wordt
voortbewogen, laag op de grond te worden gehouden. Dan wordt de pop 10
seconden stilgezet. Vervolgens wordt de pop op een teken van de testleider
voorbij de hond getrokken over een afstand van tenminste 4 meter, dan wel
teruggetrokken als het voorttrekken door de hond wordt belemmerd. Totale
testduur 20 seconden.
Testonderdeel 13. Testhelper met pop.

Op een teken van de testleider loopt een testhelper met een pop met naar
voren gestrekte armpjes aan de grond en recht voor zich houdend, naar de
hond met de pop aan te raken . De hond dient tenminste éénmaal te worden
aangeraakt. Vervolgens stapt hij op een teken van de testleider naar
achteren en gaat weg. Totale testduur 20 seconden.
Testonderdeel 14. Fixerende benadering.

Een andere testhelper als bij vorig onderdeel loopt op een sluipende manier
naar de hond toe en kijkt daarbij de hond strak aan. Hij blijft net voor de
2 m cirkel van de hond staan en kijkt 20 seconden de hond strak aan (dreigen
door fixeren). Als de hond met kop en/of lijf wegdraait, loopt de helper met
de hond mee. Na 20 seconden stapt hij naar achter, draait zich om en gaat
weg. Totale testduur 20 seconden.
Testonderdeel 15. Vriendelijk benaderen na stress.
.gif)
Dezelfde testhelper als bij onderdeel 14 loopt op een vriendelijke manier en
met uitgestoken kunsthand recht op de hond af. Hij laat de hond aan de
kunsthand snuffelen en probeert hierna de hond over de kop, rug of hals te
aaien. Daarbij zorgt de testhelper ervoor zelf niet binnen de 2 meter
markering te komen. Na de hond geaaid te hebben keert de testhelper op een
teken van de testleider om en loopt weg. Hierbij mag de testhelper tegen de
hond praten. Totale testduur 20 seconden.
Testonderdeel 16:eigenaar met kinderfiguur.
De eigenaar wordt teruggeroepen, loopt met de pop voor zich naar zijn hond
en laat zijn hond met de pop kennismaken Totale testduur 20 seconden.
Einde test.
Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag.
Gezelschapshond
Geschikt zijn als gezelschapshond wordt in deze tijd steeds belangrijker. Om
alle rasverenigingen behulpzaam te zijn dit belangrijke aspect in
gedragsinventarisaties en in de fokkerij te betrekken heeft de Raad de
MAG-test laten ontwikkelen. MAG staat voor Maatschappelijk Aanvaardbaar
Gedrag.
De test is in oktober 1998 aan kynologisch Nederland gepresenteerd.
Inmiddels heeft een aantal verenigingen ermee kennisgemaakt. Na een
aarzelende start gaan steeds meer verenigingen ertoe over de test te
gebruiken, vooral als inventarisatiemiddel, om de stand van zaken rond het
gedrag in het betreffende ras in kaart te brengen.
Standaardisatie
Twee eigenschappen maken een hond ongeschikt als gezelschapshond en ook als
fokdier van gezelschapshonden: overmatige angst en overmatige agressie. Daar
test de MAG-test dus op. Maar het is voor rasverenigingen mogelijk ook
andere gedragsaspecten te laten meten.
De test is vastgelegd in een protocol, dat een zo groot mogelijke
gelijkvormigheid garandeert van de test, zowel wat betreft de opstelling, de
inhoud, de timing, de observatie en de interpretatie van de observaties.
Twee speciaal daarvoor geschoolde en daartoe bevoegde gedragskeurmeesters
nemen de test af.
Alternatief
De Raad van Beheer heeft de MAG-test bij het ministerie van Landbouw
gepromoot als alternatief voor de 'agressietest' die het ministerie heeft
laten ontwikkelen om agressief geachte honden mee te testen. Voorwaarde van
het ministerie om de MAG-test voor dit doel in te zetten was dat werd
aangetoond dat de test daarvoor bruikbaar is. Uit onderzoek is gebleken dat
dit inderdaad zo is.
Drie opties
De MAG test biedt dus aan de kynologie en de maatschappij een algemeen
hulpmiddel, breed inzetbaar, om gedrag te testen, bij alle rassen, bij alle
honden. Desgewenst kan aan het met goed gevolg doorlopen van de test een
certificaat worden verbonden, maar van wezenlijk belang voor de test zelf is
dat niet.
Verder beoogt de MAG-test synergie te bewerkstelligen tussen datgene wat in
afzonderlijke rasverenigingen geschiedt op het gebied van onderzoek aan
karakter en gedrag.
Tenslotte acht de Raad de MAG-test een praktisch alternatief voor de
'agressietest', op brede schaal inzetbaar voor het door de overheid
aangekondigde screenen vooraf van als 'agressief' aangemerkte rassen en
honden.
Termenlijst opgesteld door drs. D. J. U. Planta (april 2000)
Angstgerelateerde gedragskarakteriseringen
Gereserveerd/wantrouwen: hond nadert voorwerp of persoon niet, geen
wijken/vluchten ed., geen houdingsverlaging, geen verdere angstsignalen,
negeert lokken, geheven voorpoot kan voorkomen.
Ontwijken: hond loopt in een neutrale of hogere houding dan neutraal met
boog om prikkel heen of loopt achteruit t.o.v. prikkel, of zonder verdere
houdingsverlaging als staart al lager is dan neutraal.
Schrikachtig: aantal malen dat de hond een schrikreactie geeft (b.v ineen
duiken, wijken, deinzen) gedeeld door het aantal prikkels.
Onzeker: lichte vorm van angst; lichte houdingsverlaging( oren naar achter
en/of staart wat verlaagd), geen trillen, geen vluchten.
Successievelijk ambivalent gedrag: Bij een constante lagere houding dan
neutraal ook wijken of intentie tot naderen. (Indien gereserveerd gescoord
zou worden, maar hond wordt niet gelokt dan onzeker, indien nerveus gescoord
zou worden, dan onzeker)
Steun zoeken: in een lagere houding dan neutraal: hond kijkt naar geleider,
nadert hem, springt tegen hem op (met likbewegingen), stoot de geleider aan
met snuit, duwt zijn lijf tegen geleider of gaat vlakbij staan of lopen.
Steun zoeken kan ook op een ander persoon/hond gericht zijn.
Dekking zoeken: hond zorgt ervoor dat geleider/voorwerp/ hond tussen hem en
de prikkel in staat.
Nerveus: hond vertoont rukkerige kijkbewegingen en/of pupilvergroting en/of
spanningssignalen zoals gapen/hijgen/tongelen/janken/krabben en/of orenspel,
veel wegkijken kan voorkomen.
Angst: in een lage houding of lagere houding dan neutraal gedrukt lopen
en/of weglopen tot de (bijna) maximale afstand t. o. v. de prikkel, kan
gepaard gaan met spanningssignalen.
Grote angst: staart tussen de achterpoten (bij honden met hoge staartdracht
staart tegen de achterpoten, bij honden zonder staart tevens achterpoten
gebogen) en/of vluchten of poging daartoe, eventueel pupilvergroting; kan
gepaard gaan met rillen/gapen/bevriezen/wegkijken/ tongelen/bek
aflikken/beginnen met hijgen. De hond staat nog net niet op maximale afstand
t. o. v. prikkel of is terugroepbaar.
Paniek: vorm van ernstige angst; hond vlucht in een lagere houding dan
neutraal en behoudt maximale afstand t. o. v. prikkel of is niet
terugroepbaar. Alle andere angstsignalen kunnen worden vertoond, geen
herstel.
Herstelvermogen: het vermogen om tijdens of na afloop van een prikkel terug
te keren naar zijn oorspronkelijke gedrag en (hogere) houding van voor de
toediening van de prikkel. Er zijn 6 mogelijkheden: geheel met steun, geheel
zonder steun, gedeeltelijk met steun, gedeeltelijk zonder steun, niet (met
of zonder steun)
Agressiegerelateerde gedragskenmerken
Bijtdrempel: de bijtdrempel wordt uitgedrukt in de duur van het dreiggedrag
en het aantal keren bijten. Hierbij is de laagste bijtdrempel als de duur
van het dreiggedrag kort is en er vaak wordt gebeten (snap, uitval, bijt).
Een hoge bijtdrempel wordt weergegeven door een lange duur van het
dreiggedrag en weinig keren bijten.
Dreigen: tanden laten zien, grommen, borstelen. fixeren, harde blaf,
verstarren, stijve kwispel.
Andere gedragskarakteriseringen:
Actief vriendelijk gedrag: hond nadert persoon met kwispelen in een neutrale
tot lage houding, snuffelen, eventueel hand likken, eventueel uitnodiging
tot spelen, eventueel opspringen (met likbewegingen). Geen agressiesignalen
of neiging tot domineren.
Passief vriendelijk gedrag: hond nadert niet zelf, maar accepteert met
kwispel na benadering door persoon, aanhalen zonder agressiesignalen of
neiging tot domineren.
agressie signalen of neiging tot domineren.